8.3.10(2). (Centraal) auditieve verwerkingstests (Neijenhuis, Snik, Stollman, Simkens)Dit hoofdstuk wordt binnen enkele maanden (vanaf april 2012) vernieuwd. Een reeds vernieuwd onderdeel staat nu als Par.4 in Hfdst.8.4.2. Dit gedeelte wordt overgeplaats naar het voorliggende hoofdstuk. Inhoud:
8.3.10.1(2). Inleiding(Centraal) auditieve verwerkingstests[1] - het onderwerp van dit hoofdstuk - zijn ontwikkeld ten behoeve van de diagnostiek van auditieve verwerkingsproblemen. De 'auditieve verwerking' is voor velen een gebied met diffuse grenzen, zowel in de richting van het horen (de grens tussen 'centrale' en 'perifere' verwerking) als naar de taal (de afbakening tussen een auditief verwerkingsprobleem en een spraak-taal stoornis. Echter, ook de 'problemen' zelf, zoals ze zich voordoen, lijken gebaat bij een gestructureerde – modelmatige - beschrijving. We beginnen daarom dit hoofdstuk met het weergeven van bestaande omschrijvingen van een 'auditief verwerkingsprobleem', teneinde daaruit een meer of minder precieze omschrijving of definitie te destilleren. Daarna wordt ingegaan op een aantal tests die gebruikt worden bij de diagnostisering van deze problemen en op de wijze waarop deze worden toegepast. Tot slot worden behandelingstrategieën voor auditieve verwerkingsproblemen besproken.
8.3.10.2(2). Wat is een 'auditief verwerkingsprobleem'?Het belangrijkste aanknopingspunt ('houvast') bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een auditief verwerkingsprobleem is de aanwezigheid van de klachten bij afwezigheid van een significant gehoorverlies. Dit betekent overigens niet dat bij gehoorverliezen boven de 20 à 30 dB alle problemen ineens geheel door het gehoorverlies worden veroorzaakt. Mensen met een auditief verwerkingsprobleem (AVP) hebben problemen met het uitvoeren van meer complexe – auditieve – taken, zoals het selecteren van signalen (spraak) temidden van andere, het combineren en/of integreren van (spraak)signalen en het waarnemen of verwerken van gestoorde signalen. Vaak worden ruimere omschrijvingen gegeven zoals ' wat we doen met wat we horen' en 'het bewerken van het auditieve signaal om de informatie functioneel bruikbaar te maken'. Deze omschrijvingen hebben echter als nadeel dat allerlei basale auditieve functies, zoals richtinghoren, ook bij de centrale processen worden ingelijfd. Voor een centraal auditieve verwerkingsstoornis wordt in de internationale literatuur regelmatig de term '(Central) Auditory Processing Disorder' (CAPD, of meer recent: APD) gebruikt.[2]De tweede afbakening betreft die naar de achterstanden c.q. stoornissen in de algemene ontwikkeling en/of de ontwikkeling van spraak en taal. Kinderen met auditieve verwerkingsproblemen kunnen de volgende 'bijkomende' problemen hebben:
De vraag is of de auditieve verwerkingsproblemen – in de boven gegeven strikte definitie - veroorzaakt worden dóór, of zelfs deel uitmaken ván een ontwikkelingsstoornis (zoals ADHD[3], met een effect op aandacht en concentratie) van een spraak-taal probleem (zoals een verbale ontwikkelingsdyspraxie en een primaire taalstoornis) of van een leerprobleem (zoals dyslexie). De beantwoording van deze vraag heeft in de afgelopen tientallen jaren tot controversiële resultaten in de literatuur geleid. Als voorbeeld - m.b.t. de relatie tussen auditieve verwerkingsproblemen en specifieke (primaire) taalstoornissen - worden studies genoemd waarin aangetoond wordt dat de gevonden auditieve problemen veroorzaakt worden door een specifieke taalstoornis. Er zijn echter ook studies waarin het tegendeel geconcludeerd wordt: de taalstoornis wordt (mede) veroorzaakt door een auditief probleem. Niettemin is er in de literatuur voldoende bewijs voor het bestaan van specifieke auditieve verwerkingsproblemen. Deze zijn aangetoond bij volwassenen en kinderen met laesies van het centraal auditieve systeem en vaak wordt melding gemaakt van personen met klachten over de auditieve waarneming, waarbij andere vaardigheden geen problemen opleveren. Tot slot is bekend dat ouderen in toenemende mate problemen krijgen met auditieve verwerking welke niet alleen gerelateerd lijken te zijn aan een achteruitgang van het perifere gehoororgaan. De oorzaak van auditieve verwerkingsproblemen is meestal niet te achterhalen. Mogelijkheden zijn neurologische aandoeningen, verouderingsprocessen, cognitieve tekortkomingen en taalproblemen.
8.3.10.3(2). Centraal) auditieve verwerkingstests – achtergronden en keuzesUitgangspunt bij de ontwikkeling van auditieve verwerkingstests is het feit dat verwerkingsproblemen eerder opgespoord kunnen worden als er hogere eisen worden gesteld aan de auditieve verwerking. Dit betekent, – in het licht van het voorafgaande – dat de tests gericht moeten zijn op het uitvoeren van meer complexe taken, zoals het selecteren van signalen temidden van andere, het combineren en/of integreren van (spraak)signalen en het waarnemen of verwerken van gestoorde signalen. In aanmerking komen dan de volgende auditieve taken:
Deze typen taken vindt men terug in de auditieve tests die in het verleden toegepast werden bij de diagnostiek in verband met het vaststellen van hersenstamtumoren. Zie hiervoor niveau 3 van dit hoofdstuk en Hfdst.8.3.5(2). In Nederland zijn twee testbatterijen voor de auditieve verwerkingsvaardigheden in gebruik: de Nijmeegse testbatterij voor auditieve verwerkingsproblemen (Neijenhuis, 2003) en de auditieve tests voor basisschoolkinderen (Simkens en Verhoeven, 2000). Een derde testbatterij, geschikt voor kleuters, is in ontwikkeling.
Tabel 1: Overzicht van Nederlandstalige testbatterijen voor de diagnostiek van auditieve verwerkingsproblemen, gerangschikt naar verschillende auditieve testcategorieën. Voorheen werd soms ook de bekende spraak-in-ruis test van Plomp gebruikt. Hierbij worden zinnen aangeboden in een achtergrond van ruis. Het niveau van de zinnen wordt volgens een bepaald protocol verhoogd en verlaagd om uiteindelijk een spraakverstaansdrempel te berekenen. Resultante is de signaal-ruis verhouding, waarbij de zinnen voor 50% worden verstaan. Deze test wordt tevens gebruikt om de invloed van een perifeer gehoorverlies op het spraakverstaan in rumoer te bepalen. In het buitenland zijn reeds diverse centraal auditieve testbatterijen beschikbaar. Een van de bekendste is de SCAN. Deze is ontwikkeld voor kinderen. De batterij bevat een 'Gefilterde Spraak Test', een 'Woorden in Ruis Test', een 'Competerende Woorden Test' en een 'Competerende Zinnen Test'. Inmiddels is er ook een versie voor adolescenten en volwassenen (SCAN-A). Recentelijk heeft er een aanpassing plaatsgevonden, zodat de tests geschikt zijn voor afname bij kinderen vanaf 5 jaar, de SCAN-C. Deze bevat dezelfde tests als de SCAN en de SCAN-A. Zie voor literatuur niveau 3. Samenvattend kan gesteld worden dat er verschillende typen – Nederlandstalige – tests beschikbaar zijn die toegepast kunnen worden bij het onderzoek naar centraal auditieve verwerkingsproblemen. Tot voor kort was er echter geen sprake van afstemming en validering en waren de tests in het algemeen niet geschikt voor personen beneden 12 jaar.
8.3.10.4(2). VormgevingDe belangrijkste doelen bij het samenstellen van een testbatterij voor het onderzoek naar centraal auditieve verwerkingsproblemen zijn: voldoende sensitiviteit en toepasbaarheid bij kinderen. De volgende set van drie tests voldoet aan deze eisen (toepassing bij 6- tot 8-jarige kinderen mét en zonder een specifieke taalstoornis):
In een later stadium is deze batterij aangevuld met:
In een valideringsonderzoek is aangetoond dat een batterij van deze vier tests in staat is om kinderen zonder luisterproblemen te onderscheiden van kinderen met spraak- en taalproblemen, die o.a. luisterproblemen vertoonden. In een vervolg hierop is een uitgebreidere testbatterij samengesteld met het oog op – mede – toepassing bij volwassenen. Bij de samenstelling werd gebruik gemaakt van ervaringen en informatie uit de literatuur. Deze testbatterij (de ‘Nijmeegse testbatterij voor auditieve verwerkingsproblemen’) bevat:
Deze testbatterij is in eerste instantie afgenomen bij volwassenen en vervolgens in licht aangepaste vorm afgenomen bij kinderen vanaf 8 jaar. Normen zijn hiermee verkregen en afname van de tests bij personen met vermoedelijke auditieve verwerkingsproblemen heeft de betrouwbaarheid en sensitiviteit van de tests aangetoond. Men lette er op dat elk van deze tests weer uit verschillende sub-tests bestaat. Bij de volwassenen is gebleken, dat iedere persoon met auditieve problemen een verschillend scoreprofiel laat zien, waardoor het bepalen van diagnostische criteria bemoeilijkt wordt. Bij de kinderen bleken er duidelijke leeftijdseffecten zichtbaar. Ook scoorden de kinderen lager dan de volwassenen en vertoonden de scores meer variatie. In de 'Dichotische Digit Test' is een zogenaamd rechter oorvoordeel zichtbaar. Dit betekent dat spraak, aangeboden aan het rechter oor, gemakkelijker verwerkt wordt dan signalen, aangeboden aan het linker oor. Via het rechter oor is namelijk een directe verbinding met de linker hemisfeer, waarin zich het taalcentrum bevindt.
8.3.10.5(2). Onderzoek en behandelingOnderzoek De diagnose van auditieve verwerkingsproblemen wordt dus per definitie gesteld in een multidisciplinaire setting. Wanneer de prestaties op de auditieve tests afwijken ten opzichte van die van de spraak/taal- en intelligentietests kan men concluderen dat er zich een (centraal) auditief probleem voordoet. In de praktijk blijkt meestal dat het auditief verwerkingsprobleem optreedt in combinatie met taalproblemen en/of aandachtsproblemen. In Fig.1 wordt een voorbeeld gegeven van de resultaten bij een - volwassen - proefpersoon met afwijkende scores op de verschillende onderdelen van de 'Spraak-in-Ruis Test' (zinnen in ruis en woorden in ruis) en normale scores op de overige categorieën tests. Deze persoon had klachten op het gebied van spraakverstaan in rumoer, ondanks een normaal toon- en spraakaudiogram. De pijlen onder de grafiek geven de testonderdelen aan, waarop onvoldoende werd gescoord, d.w.z. de beneden percentiel 10 t.o.v. een controlegroep van 28 normaalhorende volwassenen. Het probleem is dus zeer specifiek.
Fig.2 geeft boxplots van de scores voor twee controlegroepen, volwassenen (onderste figuur) en kinderen (bovenste figuur) op de Dichotische Digit Test. De blokjes geven aan waar de scores van 50% van de groepen zich bevinden. De uiteinden met de horizontale lijnen geven de hoogste en laagste scores weer.
Mogelijkheden voor behandeling Kinderen kunnen gebaat zijn bij auditieve training, maar ook bij stimulatie van de taalvaardigheid. Dit kan er toe leiden dat compenserende strategieën toegepast moeten worden. Het luisteren zal dan gemakkelijker worden, want gemiste woorden en/of klanken kunnen dan 'ingevuld' worden vanuit de grotere taalkennis. De ervaring is ook dat het gebruik van solo-apparatuur[5] in sommige gevallen ondersteuning biedt.
8.3.10.6(2). VerwijzingenVoor meer informatie en voor literatuur zie
niveau 3.
[1] Het begrip 'centraal' ('centraal auditieve problemen' en 'centraal auditieve tests') komt in de audiologie in twee betekenissen voor. In de eerste betekenis gaat het om een vermindering van de spraakdiscriminatie als gevolg van een ruimte-innemend proces in de hersenen (tumor, meestal bij volwassenen). In de tweede betekenis staat de vermindering van het discriminatievermogen m.b.t. spraak in het kader van een al (secundaire) dan niet (primaire) op een gehoorverlies terug te voeren spraak- en taalstoornis. Deze treedt vooral bij kinderen op. In dit hoofdstuk wordt 'centraal' in de tweede betekenis gebruikt. [2] Opmerking van de eindredacteur: In plaats van de term 'Central Auditory Processing Disorder' (CAPD zou men in het licht van bovenstaande misschien beter de term 'Multi Signal Processing Disorder (MSPD) kunnen gebruiken. Men betrekt dan het centraal auditieve probleem op meer complexe auditieve signalen. De scheiding is echter niet strikt, want ook het uitvoeren van een relatief ongecompliceerde taak als het verstaan van zinnen in een stille omgeving kan een probleem zijn, wanneer de zinnen te snel worden uitgesproken. [3] 'Attention Deficit and Hyperactivity Disorders' [4] Bij de 'Dichotische Digit Test' worden 3 cijfers aangeboden aan het linker oor en tegelijkertijd 3 andere cijfers aan het rechter oor. De proefpersoon wordt gevraagd om zoveel mogelijk cijfers op te noemen. [5] Hierbij ontvangt de luisteraar via een hoofdtelefoon het stemgeluid van de (microfoon van de) spreker en kan de invloed van omgevingslawaai en ruimte-akoestiek aanzienlijk verminderd worden. |